zondag 8 april 2018

DE PARTIJ 'ISLAM': OPPORTUNITEIT VOOR DEBAT, OF TOCH MAAR VERBIEDEN?

Aantal woorden: 878 / geschatte leestijd: 3 min

«Je ne suis pas d’accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu’à la mort pour que vous ayez le droit de le dire.»

U bent waarschijnlijk wel bekend met dit citaat.

We weten ondertussen dat de bedenker van deze uitspraak anoniem is. Het was dus zeker niet Voltaire die dit zei zoals het internet ons wil wijsmaken. Deze online oneliner circuleerde in de populaire cultuur al even vroeg in het Frans als in het Engels en is (althans in de 18e eeuw) waarschijnlijk zelfs nooit neergeschreven.

Genoeg over de oorsprong. Vast staat dat vandaag de inhoud van dit citaat voor velen de kerngedachte weergeeft van wat vrijheid van meningsuiting binnen onze samenleving moet zijn. De zin staat dus ook symbool voor een van de kernwaarden van de Verlichting waar de kiemen werden gelegd van onze moderne democratie en de open gedachtewisseling die daar bij hoort.

Verbod op de partij 'ISLAM'?


Vroeger had je in België de lijst R.O.S.S.E.M. Haar stichter Jean-Pierre Van Rossem zorgde in 1993 nog voor legendarische tv toen hij voor een relletje zorgde tijdens de kroningsceremonie van Albert II. Hoe radicaal ook, zijn partij werd nooit verboden.

Lang daarvoor, einde jaren 70, ontstond het extreemrechtse Vlaams Blok. Deze partij heeft de laatste decennia niet alleen een (juridisch opgelegde) naamswijziging ondergaan, maar werd gaandeweg steeds meer salonfähig. Dat was op zich niet zo moeilijk want sinds de jaren 90 onderging heel (West-) Europa een ruk naar rechts o.m. door de gevolgen van de Val van de Muur in 1989.

Wat vandaag immers als centrum-rechts (zij het liberaal, christendemocratisch of nationalistisch-conservatief) wordt beschouwd, zou tot het einde van de jaren 80 als radicaal of extreem rechts worden omschreven. Of andersom: het CVP-programma uit die tijd zou vandaag ronduit als 'links' worden ervaren. Een probleem waar de huidige CD&V trouwens nog steeds mee worstelt, sinds hun deelname aan Michel I.

De voorbije week was de partij 'ISLAM' in het nieuws. In de Vlaamse media dan vooral met hun voorstel om mannen en vrouwen te scheiden op het openbaar vervoer. Persoonlijk zou ik het wereldbeeld van de bedenker van zo'n onzinnig plan lichtjes in verwarring brengen door te antwoorden: "ja, waarom niet, maar dan wel een segregatie op basis van drie gendertypes: M, V én X. Anders heb je een hoop mensen die niet weten waar ze op bus of tram moeten gaan zitten, toch?"

Mijn punt is: wees creatief. Ga desnoods met wat humor in debat over zulke inhoudelijke voorstellen. Helaas zien we bij de meerderheidspartijen weinig creativiteit. Enkel alweer diezelfde afgezaagde selectieve verontwaardiging. N-VA pleit meteen voor een verbod op deze partij want pleiten voor de invoering van de sharia kan niet! Maar dertig jaar geleden was het betoog voor de invoering van het 70-puntenprogramma van het Vlaams Blok, wat eenzijdig één bepaalde bevolkingsgroep viseerde en in strijd was was met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, geen reden tot verbod. Het leidde hoogstens tot het cordon sanitair. Of dat laatste een goede of slechte zaak was, is een ander debat.

Welk deel van het woord 'liberalisme' begrijp je niet?

Is men dan zo onzeker over de degelijkheid van de westerse waarden en de liberale democratie? Want als men echt voldoende is overtuigd van de waarde en verdienste van onze rechtstaat hoeft men toch niet zo bang te zijn van een partij als 'ISLAM'? Men moet er er publiek mee in debat gaan, ze met de juiste argumenten op hun nummer zetten en zo de kiezer overtuigen.

Of is er meer aan de hand? Zijn onze politieke partijen misschien bang dat een hoop kiezers hun gading niet meer vinden in de traditionele politiek zodat zij het samenlevingsmodel van de democratie zelf afzweren? Er staan namelijk weer verkiezingen voor de deur. Dat verklaart ook waarom 'kleine broer' Open-VLD zich naadloos achter de 'grote' N-VA schaart.

Dat laatste feit is in elk geval een aanfluiting van het politiek liberalisme. Het is de laatste tijd wel vaker vreemd om te zien hoe de huidige generatie Vlaamse liberale politici zich tegen alle basisprincipes van het liberalisme gedraagt. Het lijkt wel of Rutten, Dewael en co. dringend terug naar de schoolbanken moeten voor een opfriscursus 'liberalisme doorheen de eeuwen'. Ik zou zeggen: gewoon doen.

Hoe het ook zij, het probleem is complex. Zoals we hebben geleerd uit de politieke gebeurtenissen tijdens het Interbellum blijft hier de eeuwige vraag hoe een democratische samenleving omgaat met zij die de vrijheid van dit systeem gebruiken om diezelfde rechtsstaat te willen ondermijnen met autoritaire, antidemocratische stellingen, zoals in dit geval pleiten voor de sharia wat de facto het einde betekent van de scheiding tussen kerk en staat.

Woord of daad? Dialoog!


Vergeef me wanneer dit stukje wellicht een beetje heen en weer meandert maar op bovenstaande vraag bestaat nu eenmaal geen pasklaar antwoord.

Vast staat wel dat er in een vrije samenleving een verschil bestaat tussen zeggen en doen: vous ayez le droit de le dire. Maar wanneer wordt de grens tussen woord en daad overschreden en is het te laat?

Het zijn allemaal vragen waarover men dieper zou moeten nadenken en meer zou moeten dialogeren in plaats van steeds weer dezelfde populistische selectieve verontwaardiging op te voeren en daarbij meteen te pleiten voor een verbod.

Want verbieden, zo blijkt, is slechts in zeer weinig omstandigheden, een duurzame oplossing.

dinsdag 21 oktober 2014

MAG IK U VOORSTELLEN, DIT IS...TINA

Aantal woorden: 1386 / geschatte leestijd: 7 min

 

 

WIE IS TINA?


TINA, Thatchers geliefde handpopje
Dit is TINA. There Is No Alternative. TINA is het lelijke handpopje wat in de jaren 80 in de handtas van Margaret Thatcher mocht wonen. De Iron Lady haalde haar mascotte destijds te pas en te onpas boven om protesterende onderdanen ervan te overtuigen dat haar neoliberale ideologie de enige manier was om Great Britain (ondertussen al not so great anymore) te redden van een Spengleriaanse ondergang.

De meesten onder u zijn waarschijnlijk bekend met de grote lijnen van de eigentijdse geschiedenis die de jaren 80 van de vorige eeuw bestrijken. In 1981 won Ronald Reagan in de Verenigde Staten de presidentsverkiezingen. Tijdens zijn dubbele legislatuur (1981 - 1989) kreeg de neoconservatieve politieke machine de kans zich volledig te ontplooien. Het economische luik van die neoliberale politiek bestond aan beide zijden van de Atlantische oceaan uit Reaganomics en Thatcherism.

En het moet daarbij gezegd dat de opsomming van de belangrijkste eigenschappen van deze politiek verbazend actueel klinkt voor een periode die nu toch 35 jaar achter ons ligt: zowel in Amerika als in Engeland werd er destijds drastisch gesnoeid in de sociale zekerheid, de gezondheidszorg en het onderwijs. Er kwamen belastingverminderingen voor de rijkste inkomens en de budgetten voor defensie stegen naar een tot dan ongezien niveau.


DE TWEEDE KOUDE OORLOG


Dat laatste feit zorgt voor discussie in het historiografisch debat over de Koude Oorlog. Welke factoren waren eigenlijk doorslaggevend? Wat veroorzaakte na 44 jaar Koude Oorlog het einde van die bipolaire wereld die werd gedomineerd door de supermachten Amerika en Rusland?

Traditionalistische historici zien in Reagans herbewapeningspolitiek een doelbewuste strategie om de Koude Oorlog te winnen. Door het defensiebudget dusdanig te verhogen en de vrijemarkteconomie rigoureus op te pompen, was het voor de Russen immers onmogelijk om dit met hun planeconomie bij te houden. Volgens deze lezing zou de economische uitputting dan ook de grootste oorzaak zijn geweest van de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Postrevisionisten vinden in economisch bronmateriaal uit de Sovjet-Unie dan weer genoeg bewijsmateriaal om te beweren dat de Russische economie het nog jaren kon volhouden. Denk hierbij enkel al aan de immense olie- en gasvoorraden die tot op vandaag Europa van energie voorzien. Volgens de postrevisionisten zijn de drastische interne hervormingen die Michael Gorbatsjov doorvoerde en de destabilisatie die dit met zich meebracht dan ook de belangrijkste oorzaken.

Margaret Thatcher (met TINA in haar handtas) en Ronald Reagan

GLOBALISERING


Hoe dan ook zijn de gevolgen van de Reaganomics en het Thatcherism voldoende bekend. De economische doctrine leidde tot een globale stijging van de interdependentie tussen verschillende economieën. Nationale barrières werden daarbij steeds meer gesloopt waarbij grensoverschrijdende kapitaalstromen steeds toenamen. De (voormalige) communistische machtsblokken werden aarzelend geïntegreerd in de wereldeconomie. In China verliep dat al vlotter dan in de chaotische Sovjet-Unie. Een aantal kleinere ontwikkelingslanden sprongen ook mee op de trein en schakelden hun productie om van primaire goederen (grondstoffen en agrarische producten) naar afgewerkte consumptiegoederen. Denk hierbij aan kledij uit Bangladesh, huishoudtoestellen uit Mexico of de massale toevloed van consumentenelektronica uit China. Dat laatste feit luidde dan weer het grote delokalisatieproces in, waarbij het Westen steeds meer begon te deïndustrialiseren. De logica van winstmaximalisatie volgend, verplaatsten grote multinationals hun productie immers liever naar landen waar de lonen en loonkosten veel lager lagen dan in de VS en Europa. En ook dat laatste onderwerp klinkt alweer verbazend actueel.

Deze (zogezegde) triomf van een globaal wereldkapitalisme sterkte ook de academische visie dat de mensheid op een absoluut en uniek historisch eindpunt was beland: There Is No Alternative.

DE GESCHIEDENIS HEEFT (MINSTENS!) NEGEN LEVENS


Surfend op de zeitgeist publiceerde de Amerikaanse neoconservatieve socioloog Francis Fukuyama in 1992 zijn bekende boek The End of History and the Last Man. Achteraf beschouwd kan men hier - de aloude volkswijsheid indachtig - vaststellen dat naast schoenmakers ook sociologen best bij hun leest blijven en zich niet op het gladde ijs van de geschiedschrijving wagen. Doen ze dat toch, dan zeker niet zonder eerst de donkerblauwe ideologische bril van hun neus te halen. Volgens Fukuyama was het einde van de Koude Oorlog in 1989 niets minder dan ‘het einde van de geschiedenis’. Helaas haalden de feiten hem sneller in dan goed was voor de verkoopcijfers van zijn boek. Spot en hoon waren dan ook al snel Fukuyama's deel: de gevolgen van het doorbroken machtsevenwicht werden al snel duidelijk: allerlei soorten nationalisme staken hun lelijke kop weer op en in Europa brak de vreselijke Balkanoorlog uit. Die dekselse geschiedenis bleek uiteindelijk toch gewoon verder te gaan.

EN BIJ ONS?


Wanneer alles blijft verdergaan, geldt ook dat net zoals in de wereld van mode en design alles vroeg of laat terugkomt. En zo geschiedde ook met de Reaganomics en het Thatcherism (hoewel je natuurlijk sterk kan betwijfelen of ze ooit zijn weggeweest).

Ondanks alles werd onze eigen Belgische politiek gedurende de voorbije decennia steeds gekenmerkt door de 'gulden middenweg’. Niet alleen kende bij ons het middenveld steeds een prominente aanwezigheid in het sociaal overleg, ook zorgde een sterke socialistische machtsbasis in het zuiden van het land voor een buffer tegen al te onstuimig neoliberaal geweld. Dit bleef zo ondanks de besparingsregeringen onder leiding van Wilfried Martens, werd opnieuw sterker tijdens de paarse periode van Verhofstadt en zelfs daarna, in het het begin van het nieuwe millennium, bleef België getypeerd door een politiek die garant stond voor voldoende sociale correcties binnen de internationale context van het steeds hardere Angelaksische neoliberalisme. Maar langzaamaan zijn ook hier de tijden veranderd waarbij het sociaal overleg steeds moeizamer ging verlopen.

Meer recent, tijdens het voorbije najaar, zien we TINA dan ook bij ons opnieuw steeds meer opduiken. In de nieuwe Vlaamse regering haalden Minister-President Geert Bourgeois, Ben Weyts, Liesbeth Homans en Hilde Crevits te pas en te onpas het grimmige handpopje weer boven. En ook bij het aantreden van de nieuwe federale regering Michel I kregen we ad nauseum van Bart De Wever, Patrick Dewael, Charles Michel, Jan Jambon e.a. weer te horen ‘dat er geen alternatief is'. There Is No Alternative.

EEN SPOOKACHTIG STROPOPJE?


TINA is ook best een griezelig popje. Het ‘rationele bewijs’ van haar redenering berust immers al te vaak op pure intimidatie. TINA dient daarbij louter als drogreden. De intellectuele capaciteiten van iedereen die niet mee is met haar doctrine worden daarbij in twijfel getrokken en argumenten die tegen de dominante stroom in wel degelijk een alternatief bieden, worden tot karikatuur herleid. Zo is het gemakkelijker om de oppositie te ridiculiseren dan er mee te discussiëren. Kamerlid Laurette Onckelinx (PS) wordt dan een ‘viswijf’ en Kristof Calvo (Groen) blijft, ondanks dat hij steeds strak in het pak zit, een ‘geitenwollensokker’. Iemand zoals Paul De Grauwe, die door voortschrijdend inzicht tot nieuwe bevindingen komt, wordt afgerekend op oude standpunten. Echt inhoudelijk debatteren wordt dus knap lastig wanneer TINA zich moeit.

Griezelig zijn bovendien ook TINA's welhaast totalitaire trekjes. Als je haar economische doctrine volgt en de markten onvermijdelijk vrij spel geeft, ga je er zo goed als van uit dat er geen ruimte is voor regulering of planning van de overheid. Maar wordt die almachtige heilige economie, uiteindelijk nog steeds onderhevig aan de psychologische willekeur en de grilligheid van de mens, zo uiteindelijk niet nog mysterieuzer? Er ontstaat dan een luguber beeld van de geglobaliseerde economie die zich als een soort mystieke bovennatuurlijke kracht gedraagt, met daarboven vaag in de lucht wuivend die onverklaarbare onzichtbare hand. Hoe ver staat zoiets af van de concepten vrijheid en rede die zo centraal stonden in de filosofie van de Verlichting?

RED TINA!


Maar niet alles is verloren! We kunnen TINA helpen. Sinds haar oorspronkelijke baasje op 8 april 2013 overleed, heeft ons arme popje in de eerste plaats liefde, genegenheid en aandacht nodig. En daarbij kan ze ook wel wat heropvoeding gebruiken.

Sinds de globale crisis van 2008 weten we eigenlijk heel goed dat de recepten van Reagan en Thatcher niet werken. Globaal niet, in Europa niet en in België niet. Het moet wel degelijk anders want de metertjes staan onmiskenbaar zwaar in het rood. Als we niet (letterlijk) willen verdrinken in de problemen die op ons afkomen, dwingen de actuele energie- financiële, ecologische, politieke en economische crisissen ons om écht naar de feiten te durven kijken. Daarbij moeten we afscheid nemen van de traditionele Westerse economische en politieke systemen die de laatste 200 jaar onze wereld hebben gedomineerd. En dat afscheid valt soms zwaar. Maar het kan niet anders. There Is No Alternative.

maandag 1 september 2014

NOWHERE MAN

Aantal woorden: 2951 / geschatte leestijd: 10 min

Mensen die het opzet van deze blog wat kennen, weten dat ik mezelf van tijd tot tijd graag oefen in nieuwe vaardigheden. Zo gaf ik mezelf de voorbije week de opdracht een Engels krantenartikel fatsoenlijk te vertalen. Na alle vorige dure blogberichten over maatschappij, politiek en de staat van de wereld, is het even tijd voor een licht verteerbare portie cultuurgeschiedenis. We zoomen deze keer in op een specifiek stukje pophistorie. 

LIFESTYLE UIT DE OUDE DOOS



John Lennons huis in Weybridge
Op 3 april 1966 bracht de Britse journaliste Maureen Cleave van The Evening Standard een dagje door bij John Lennon, eerst bij hem thuis in Weybridge en daarna ook tijdens een uitstapje naar Londen. In de annalen van de popgeschiedenis kreeg dit op zich niet zo spectaculaire lifestyle-interview vooral bekendheid omwille van het feit dat Lennon die dag zijn beroemde Jezusuitspraak deed.

 

 

 ...AND THE REST IS (SAD) HISTORY

 

Enkele maanden later, tijdens de zomertournee van de band door de VS leidde die uitspraak in The Bible Belt van Amerika tot problemen. De Ku Klux Klan organiseerde heuse platenverbrandingen en tijdens een show in Memphis waren de zenuwen dusdanig gespannen dat een hevige vuurwerkknal de arme Fab Four op het podium in ware doodsangst in elkaar deed krimpen. De stress van die turbulente tournee droeg ongetwijfeld bij tot de beslissing die de band nam: nooit meer toeren! Jammer genoeg was de geest uit de fles. Ruim veertien jaar later zorgde Lennons uitspraak voor het dramatisch vervolg: in het zieke hoofd van Beatlesfan Mark David Chapman wisselden haat en idolatrie elkaar af. Toen de haat het weer eens won, wilde Chapman Lennons uitspraak wreken. Niemand kon immers ongestraft populairder dan Jezus zijn, ook niet in New York in 1980.

'BEROEMD EN BEMIDDELD'

Naast deze overbekende feiten biedt dit artikel ook een ander interessant perspectief. Vandaag herinnert de wereld zich John Lennon eerder als de working class hero, de selfmade intellectueel met een visie. Iemand die filosoferend op zoek was: naar zichzelf, naar de wereld, naar God (en weer terug), naar vrede, naar liefde. Hoe groot is echter het contrast met de John die we hier ontmoeten. In het najaar van 1965 schreef hij de autobiografische song Nowhere Man. Een half jaar later maken we kennis met een lichtjes arrogante, steenrijke en verwende popster die, zoals het dan steeds gaat, gevangen zit in zijn eigen geïsoleerde leventje. En ondanks (of juist omwille van?) zijn rijkdom verveelt hij zich stierlijk. Hij wacht. Op zingeving. Invulling. Betekenis. Laat het een troost zijn dat hij ondanks zijn korte leven toch veel van die kostbare zaken op zijn pad is tegengekomen.

 

HOE LEEFT EEN BEATLE? ZO LEEFT JOHN LENNON


(door Maureen Cleave, Evening Standard, 3 april 1966)

Ergens op een heuvel in Surrey woont een rijke, beroemde jonge man. Hij wacht op iets...

Het is nu drie jaar geleden dat de Beatles definitief doorbraken en wereldberoemd werden. Sinds die tijd vragen journalisten en critici zich onophoudelijk af of de groep over haar hoogtepunt heen is en zoeken ze ononderbroken naar de nieuwe Beatles. Wellicht even zinloos als op zoek gaan naar de nieuwe Big Ben?

Vandaag moeten ze die pogingen immers staken: de roem van de Beatles staat namelijk onomwonden vast. Het doet er echt niet meer toe of ze grofgebekt of beleefd, getrouwd of vrijgezel, 25 of 45 zijn, in Top of the Pops verschijnen of niet. De Beatles staan onbetwist aan de top. Een poleposition waar zelfs een Rolling Stone vandaag enkel van kan dromen. Hun roem is net zo vanzelfsprekend als die van koningin Elisabeth. Als John Lennons Rolls Royce met haar zwarte velgen en zwart getinte ruiten voorbijrijdt, zeggen voorbijgangers ofwel 'Kijk, de Queen', ofwel 'Kijk, de Beatles'. Beiden genieten ze van een beschermd leventje aan de top van het establishment. Beiden verdienen ze het respect van hun publiek; de koningin in Buckingham Palace, de Beatles in de chique omgeving van Weybridge in Esher. Paul is de enige die nog in Londen woont.

De drie andere Beatles zijn getrouwd en wonen in Esher te midden van bosrijke heuvels en beursmakelaars. Ze hebben niet meer gewerkt sinds Kerstmis en leiden een afgezonderd en tijdloos bestaan. “Welke dag is het vandaag?” vraagt John Lennon geïnteresseerd aan de telefoon. Aan de poorten van hun huizen staan onafgebroken fans te wachten maar de Beatles hebben enkel contact met elkaar. Hun vriendschap is dan ook sterker dan ooit.

Ringo en zijn vrouw Maureen springen geregend bij John en Cynthia binnen; George en Pattie springen geregeld bij John en Cynthia binnen. Of ze besluiten plots om met z'n allen naar Ringo te gaan. Met de auto uiteraard. Een celebrity wandelt enkel bewust voor de sport.

Samen kijken ze dan naar films, spelen ze gezelschapsspelletjes of kijken ze tv tot het einde van de uitzendingen. Tegelijkertijd draaien ze platen. Ze maken samen lol tot in de late uurtjes door samen maffe tapes op te nemen. Vaste uren voor bed- of etenstijd bestaan niet. “Vroeger bestond er ook geen leven buiten Beatle zijn, dus feitelijk kennen we niets anders” zegt John.

Ondanks alle succes is hij nog steeds dezelfde. Door zijn bijziendheid kijkt hij nog steeds arrogant vanuit de hoogte op je neer met die gekende arendsblik hoewel nu met iets minder toegeknepen ogen als vroeger omdat hij tegenwoordig contactlenzen draagt. Nu zijn gezicht wat voller is, lijkt hij meer dan ooit op Henry VIII. En gedraagt hij zich even heerszuchtig, onvoorspelbaar, vadsig, ongeorganiseerd, kinderlijk en vaag maar tegelijk ook charmant en gevat. Hij is gemakkelijk in de omgang maar soms ook behoorlijk taai. “Je hebt me nooit iets over Fred Lennon gevraagd”, zegt hij ontgoocheld. (Fred is zijn vader die plots op de proppen kwam nadat John beroemd werd.) “Hij was hier enkele weken geleden. Het was pas de tweede keer dat ik hem ontmoette – ik heb hem de deur gewezen”. “Hem wilde ik echt niet in huis” vervolgt hij opgewekt.

Hij is onverminderd enthousiast en staat er op dat we zijn geestdrift delen. George bracht hem in aanraking met Indische muziek. Na twintig minuten sitarmuziek roept hij me plots toe: “je bent niet echt aan het luisteren, he? Het is nochtans ongelofelijk hoe cool dit is! Vind je Indiërs dan niet cool? Luister eens goed! Deze muziek is duizenden jaren oud, man, ik moet gewoon lachen, dat de Engelsen naar ginder gaan en die Indiërs dan een beetje gaan vertellen wat ze moeten doen. Echt ongelofelijk”. Waarna hij plotsklaps de tv aanzet.

De ervaringen die hij tijdens voorbije jaren als beroemdheid opdeed, zorgen ook voor toenemende twijfel. Hij is breeddenkend maar sluit zich mentaal op in eender wat hem op dat moment bezig houdt. “Het christendom zal ophouden met te bestaan”, zo zegt hij, “het zal langzaam verschrompelen om vervolgens te verdwijnen. Ik denk niet dat dit ter discussie staat; ik heb het gewoon bij het rechte eind en de tijd zal mij gelijk geven. Wij zijn op dit moment populairder dan Jezus; ik weet echt niet wat het eerst zal verdwijnen – rock 'n roll of het christendom. Jezus was best oké maar zijn discipelen waren domme onnozelaars. Zij hebben de boel voor mij echt verknoeid.” Hij leest momenteel veel over religie.

Als hij gaat winkelen bij Asprey's lijkt het wel een razzia. Hij bestookt de winkel als een razende bliksemschicht. Hij heeft een niet onaardige wijnkelder. Maar ondanks alle weelde blijft hij redelijk zichzelf. Hij is namelijk veel te lui om de schijn op te houden, zelfs al zou hij uitgezocht hebben welke soort schijn hij waar precies zou moeten ophouden (wat hij niet heeft gedaan).

Hij is nu 25. Hij woont samen met zijn vrouw Cynthia en hun zoon Julian in een groot huis in typische mock Tudor-stijl vol zware muurpanelen en wollige tapijten. Hij heeft een kat, Mimi, genoemd naar zijn tante en hij dineert in een paarse eetkamer. Julian is nu drie. Binnen enige tijd zal hij naar het Lyceum in Londen gaan. “Dat lijkt echt de beste school voor iemand in zijn positie”, zegt John terwijl hij zonder veel passie Julian in het oog houdt. “Ik vind het anderzijds ook best erg voor hem. Toen ikzelf vijf was, kon ik lelijke mensen niet verdagen. Veel van die rijke buitenlanders daar zijn echte lelijkaards, niet?”

Julian, John en knuffels
Ik krijg een snelle rondleiding door het huis. Julian loop ons hijgend achterna met in zijn armpjes een grote porseleinen Siamese kat. John dwaalt langs alle spullen die hem ondertussen niet meer boeien. “Dit is Sidney” zegt hij bij een oud harnas. “En hier, dit was een week lang een hobby van me” terwijl we in een kamer vol modelbouw raceautootjes staan. “Dit mag ik van Cyn niet wegdoen” zegt hij naast een fruitautomaat gokkast. In de woonkamer staan acht kleine groene doosjes met daarin knipperende rode lichtjes: ze blijven gegarandeerd knipperen tot de volgende kerst! Hij kocht ze als kerstcadeautjes maar ze geraakten nooit uitgedeeld. In mijn verbeelding zie ik hem aanstaande kerst zitten, omringd door de kleine knipperende doosjes.

Hij staat even stil bij de dingen die hij wel leuk vind: een grote Rooms-katholieke crucifix met de inscriptie 'IHS', een stel barkrukken, een geschenkje van George, een gigantische Bijbel die hij ergens in Chester kocht en een gorillapak.

“Ik dacht dat ik wel een gorillapak kon gebruiken” zegt hij een beetje triest. “Ik heb het slechts twee keer gedragen. Ik dacht dat het wel leuk zou zijn om het op een mooie zomerdag aan te trekken en dan een rondje in de Ferrari te maken. We zouden dat met z'n allen doen, maar uiteindelijk was ik de enige die ook echt zo'n pak kocht. Ik zat zo te denken, als ik de kop niet op zou zetten, zou het best nog een leuke jas-met-poten kunnen zijn. Ik heb altijd al wel een bontjas willen hebben, maar ik was er nog nooit eentje tegengekomen”.

Je krijgt het gevoel dat al zijn bezittingen – waarvan hij er zich nog elke dag meer aanschaft – zijn leven domineren: al die bandopnemers, de vijf televisietoestellen, de auto's, de telefoons waarvan hij niet weet hoe ze werken. Als hij maar in de buurt van een schakelaar komt, springt er een zekering. Zes van de groene doosjes met rode knipperlichtjes – die gegarandeerd tot de volgende kerst blijven knipperen! – zijn al stuk. Zijn autopark, de Rolls Royce, de Mini Cooper met de zwarte wielen en de zwart getinte ruiten en de zwarte Ferrari zijn voor hem een mysterie. En dan is er nog het zwembad, waarachter de bomen veel te schuin afhellen. “Helemaal niet zoals ik het gevraagd had”, zegt hij ontgoocheld. Eigenlijk wilde hij dat de bodem van het zwembad een spiegel zou zijn. “Het is een wonderlijk huishouden hier”, zo zegt hij “geen enkele van al mijn gadgets werkt eigenlijk naar behoren, behalve dan het gorillapak. Het enige pak wat me werkelijk past.”

Hij is erg gesteld op boeken, en is steeds op zoek naar interessante lectuur. Hij koopt boeken aan de lopende meter die hij in een speciale kamer bewaart. Hij heeft werk van Swift, Tennyson, Huxley, Orwell, dure in leder gebonden edities van Tolstoi en Oscar Wilde. Verder staan in zijn bibliotheek ook Little Women van Alcott, alle boeken van Charles Williams (uit zijn kindertijd) en enkele onverwachte werken zoals Fourty-One Years in India van Lord Roberts en Curiosities of Natural History van Francis T. Buckland. Dit laatste werk met curieuze hoofdstukken als 'Katten zonder oren', 'Mensen met houten benen' of 'De onsterfelijke moeder van Harvey', is helemaal zijn ding.

Hij verkent de literatuur vanuit een kinderlijke interesse die niet wordt gehinderd door al te veel formele kennis. “Ik heb miljoenen boeken gelezen” zegt hij “en daarom blijk ik wel een en ander te weten.” Hij is geobsedeerd door de Kelten. “Ik heb besloten dat ik een Kelt ben” zegt hij “ ik sta aan de kant van Boudicca – bloedige blondines met blauwe ogen die mensen in stukken hakken. Ik heb een ongelofelijk verlangen daar bij te zijn. Niet letterlijk natuurlijk, maar door de inleving in die verhalen. Meer dan een korte paragraaf over hoe het leven toen was krijg je in die boeken niet, maar de rest verbeeld ik me dan.”

Hij kan onbeperkt uitslapen en is waarschijnlijk de meest luie mens in heel Engeland. “Fysiek lui”, zegt hij. “Ik zit er niets mee in om te lezen, te schrijven, te kijken of te praten, maar seks is eigenlijk de enige fysieke activiteit waar ik nog wat voor te vinden ben.” Soms wordt hij in zijn Rolls naar Londen gevoerd door Anthony, een ex-poortwachter afkomstig uit Wales. Hij is gefascineerd door de snor van Anthtony.

De dag van mijn bezoek was hij uitgenodigd om in Londen te gaan lunchen en daar deed hij nogal opgewonden over. “Weet jij hoelang zo'n lunch duurt?” vroeg hij. “Ik heb nog nooit geluncht. Een paar dagen geleden was ik in de Lyons club en daar bestelde ik eieren met friet en een kop thee. Ondertussen zaten de obers maar naar mij te staren en zeiden ze steeds 'nee, hij is het niet, of wel?'.”

Links: John met 'Sydney'. Rechts: John, Julian en de Rolls
Hij installeert zich in de auto en demonstreert de tv, het opklapbed, de ijskast, het bureau en de telefoon. Aan die telefoon heeft hij al veel uren vruchteloos zitten prutsen. “Eén keer kreeg ik iemand aan de lijn” zo zegt hij “die me vertelde dat de rest niet thuis was.”

Anthony was net een weekendje in Wales geweest. De autotelefoon moest ook worden nagekeken. Ze moesten de dokter bellen omdat John enkele stekels van een zee-egel in zijn voet had. “Ik wil niet eindigen zoals Dorothy Dandrige” zegt hij “die 50 jaar later sterft aan de gevolgen van een splinter”. Maar hij stelt ons gerust, hij heeft de voet in kwestie zorgvuldig gewassen.

Gehuld in exclusieve kleren van de laatste mode slingeren we in de Rolls gezwind door het platteland. “Beroemd en bemiddeld”, zo omschrijft hij zichzelf. “Men zegt mij dat ik er warmpjes in zit, maar dan denk ik soms toch dat ik op mijn veertig alles zal hebben opgemaakt, dus blijf ik maar verder doen. Daarom ben ik ook op een bepaald moment trouwens ook mijn auto's beginnen te verkopen: daarna veranderde ik echter weer van idee en heb ik ze allemaal opnieuw gekocht en zelfs ook nog een nieuwe erbij.”

“Ik wil enkel geld hebben om rijk te zijn. De enige andere manier om rijk te worden is rijk geboren worden. Als je geld hebt, heb je macht zonder dat je daarom meteen die macht hoeft uit te oefenen. Soms denk ik ook dat het allemaal één grote samenzwering is en dat de regering en de rijke mensen zoals ik de winnaars zijn. Dat gezegde over de werkende klasse die onwetend en arm moet worden gehouden is nog steeds waar, dat is wat de Tories en de grondbezitters nog steeds doen; aan de andere kant is er dan Labour die de arbeiders onderwijs wil geven maar daar schijnen ze zich nu niet echt meer mee bezig te houden.”

Hij is ook doodsbenauwd voor domme mensen. “Ondanks dat ik nu beroemd en bemiddeld ben, kom ik vaak ook heel gewone, maar gevoelige mensen tegen. Soms denk ik dat ik niet echt rijk ben. Maar wie zijn dan wel die echt rijke mensen, en waar zitten ze?”

Beroemd zijn vind hij niet lastig. Dit sterkt het vermoeden dat de Beatles uiteindelijk nooit iets anders gewild hebben dan beroemd worden. “Iedereen denkt van zichzelf dat ze beroemd hadden kunnen worden als ze maar genoeg kansen en geluk hadden gekregen en zo. Maar als het dan toch gebeurt, is het eerder iets natuurlijks. Denk aan je oude grootmoedertje die dingen zei als 'met zo'n stem wordt je wereldberoemd'”. Niet dat hij zelf een oud grootmoedertje had, zo voegt hij er snel aan toe.

Hij is twee uur en drie kwartier te vroeg bij de dokter en net op tijd voor zijn lunch, maar helaas wel op de verkeerde plek. Hij koopt een grote doos met een collectie gezelschapsspelletjes in Asprey's. Na het openen krijgt hij niet alle spelletjes terug in de doos. Hij vraagt zich af wat hij nog meer zou kunnen kopen. Hij gaat naar het kantoor van Brian Epstein en vraagt gretig of er nog nieuwe cadeaus van de fans zijn aangekomen. Niets zo leuk als dingen voor niets krijgen, zegt hij. Hij past een brilletje uit de de verleidelijke collectie van Miss Hanson.

En dan is er plots het gerucht dat er een Beatle is gesignaleerd in Oxford Street! Hij klaart op: “een van de anderen moet buiten zijn”, zegt hij alsof hij het over een ontsnapte beer heeft. “We laten ze maar één per één naar buiten hoor” zegt de verleidelijke Miss Hanson kordaat lachend.

Hij zegt dat je moet leven en lachen, maar volstaat dat voor een rusteloze ziel als hij?

“Weybridge” zegt hij “is voor mij niet voldoende. Het is voor mij maar een tijdelijke halte, zoals je even van de bus afstapt. Er wonen bankiers en beursmakelaars die echt denken dat het hun eindbestemming is. Maar ik denk elke dag na, over mijzelf in mijn Hansje-en-Grietje-huis. Maar ik neem mijn tijd. Ooit vind ik mijn echte huis wel, als ik weet wat ik wil.”

“Weet je, ik ga iets anders doen, er is iets nieuws wat ik moet doen, alleen weet ik niet precies wat dat is. Daarom blijf ik ondertussen maar wat schilderen, een beetje muziek opnemen en wat schrijven omdat dat misschien wel dingen zijn die ik moet doen. Al wat ik weet is dat dit leventje eigenlijk niets voor mij is.”

Anthony slaagt er in om John met de hele collectie gezelschapsspelletjes in de auto te schikken en rijdt hem terug naar huis. Terwijl in de rustgevende duisternis achter in de Rolls de televisie zachtjes flikkert, haasten de Londenaars zich buiten ondertussen van hun werk naar huis.

Bron: www.beatlesinterviews.org van de originele uitgave van de Evening Standard. Vertaling: Sebastiaan Bouckaert.





donderdag 14 augustus 2014

DE BOTTE BIJL VAN PIRONET

Aantal woorden: 894 / geschatte leestijd: 4 min

Leven in een tijd waarin zich een historisch keerpunt voordoet, en van toeten nog blazen weten. Het kan. Weinig tijdgenoten zullen in september van het jaar 476 plots geschokt hebben uitgeroepen: “Barst! Nu is het Romeinse Rijk gevallen!” Hoogstens vernam men dagen, weken, maanden later via vermoeide reizigers het nieuws dat Rome alweer eens was belegerd en veroverd. Dat Odoaker daarbij keizer Romulus Augustus afzette en het verder niet nodig achtte zichzelf of een van zijn volgelingen als nieuwe keizer aan te duiden en de grote gevolgen die deze gebeurtenis op termijn had, zal voor velen niet meer dan een detail in de marge zijn geweest in vergelijking met de verhalen over belegeringen, plunderingen en alle andere sensationele of populistische details.

Iets anders is het wanneer men bewust de (recente) geschiedenis een draai geeft om zijn eigen ideologisch standpunt in de verf te zetten. Het commentaarstuk van Ewald Pironet op pagina 3 in Knack van 13 augustus 2014 is daar een mooi voorbeeld van. Met de botte bijl wordt daarin de bankencrisis in 2008 onder de mat geveegd alsof het om een onbetekenend detail zou gaan, net zoals dat destijds ook met het nieuws over de afwezigheid van een nieuwe Romeinse keizer moet zijn gebeurd.

MET SCALPEL EN ZAAG, OF GEWOON TOCH MAAR DE BOTTE BIJL?


Pironet begint met in zijn opiniestuk ons nog eens netjes aan de besparingsmaatregelen van de regering Bourgeois te herinneren en waarschuwt ons vervolgens voor het feit dat de toekomstige federale regering (Peeters I?) nog veel forser zal moeten besparen, waarna hij tot de boute conclusie komt dat na de schuldenafbouw ten tijde van de regeringen Dehaene (1992 – 1999) de daaropvolgende paarse en paars-groene regeringen van Verhofstadt (1999 – 2007) “het geld zijn gaan uitdelen”.

Deze grafiek van het Agentschap van de Schuld toont een ander beeld. We zien inderdaad dat de recordhoogte die de staatsschuld in 1993 had bereikt vanaf dan systematisch begint te dalen. Dat Dehaene super gemotiveerd aan een dieet begon om kost wat kost de Mastrichtnorm te halen om België zo in de Eurozone te loodsen, was daar zeker niet vreemd aan. Vanaf 1999 tot 2007 zien we echter dat deze daling zich onverminderd doorzet (van 113,6 % van het BNP in 1999 naar 98,4 % in 2007). En dit ondanks Pironet's aantijging dat de regering Verhofstadt voor kwistige Sinterklaas zou hebben gespeeld. Ook in deze tabel van de Nationale Bank wordt diezelfde dalende tendens bevestigd (de laatste kolom 'op ten hoogste één jaar').

Pironet verwijt de regeringen die tijdens het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw aan de macht waren dat ze geen financiële buffer hebben opgebouwd. Een reserve wat ons had kunnen helpen om de crisis van 2008 te doorstaan. De meest recente periode, tussen 2008 en vandaag, werd volgens Pironet daarom gekenmerkt door "immobilisme (…) zonder al te veel visie".

Historiek van de Belgische staatsschuld volgens percentage van het BNP (bron: wikipedia commons)

 

HISTORISCH KEERPUNT: DE V-CURVE VAN 2008

Is het een uitdaging om aan te tonen dat Pironet's analyse rammelt? Niet echt. Het volstaat om de bovenstaande grafiek en tabel over de staatsschuld eens goed te herbekijken – bekijk bij uitbreiding ook eens die van de overheidsschulden van andere West-Europese landen – om te zien waar hij de bal misslaat. Laat ons daarbij even focussen op het keerpunt wat het meest in het oog springt. Een trendbreuk in de grafieken waar je al halfblind voor moet zijn om ze niet op te merken: de plotse stijging van de overheidsschulden sinds 2008, het jaar van de infameuze bankencrisis. Is Pironet's verwijt dat de regeringen van Verhofstadt een gebrek aan voorzienigheid hadden omdat ze tussen 2003 en 2007 geen buffer zouden hebben opgebouwd trouwens niet enigszins absurd? Alsof men op voorhand had moeten weten dat die crisis er zat aan te komen en alsof de manier waarop ze zou worden 'opgelost' al een uitgemaakte zaak zou zijn.

Maar belangrijker: over de afwezigheid van voorzienigheid en verantwoordelijkheidsgevoel bij de topfiguren uit de financiële wereld rept Pironet met geen woord. In zijn redenering staat het kennelijk niet ter discussie dat de roekeloze hebzuchtige casinomentaliteit (die vandaag trouwens onverminderd voortduurt) die door de financiële wereld aan de dag wordt gelegd, gedekt wordt door een onbeperkte verzekeringspolis bestaande uit publiek belastinggeld.

HISTORISCHE 'DETAILS'


Als kers op de taart komt Pironet tot de conclusie dat wij nu “de rekening gepresenteerd krijgen voor 15 jaar kleine politiek”. Dat het uitgerekend de “grote crisis” van 2008 is die ons vandaag in deze financiële penarie heeft gebracht, hoort niet thuis in zijn verhaal. Jawel, Rome is gevallen, maar of er een nieuwe keizer is aangesteld of niet is niet echt van belang. Het minste wat je kan zeggen is dat je over voldoende intellectuele brutaliteit moet beschikken om in het editoriaal van Knack de historische waarheid zo een draai te geven. 

Gelukkig eindigt Pironet met een positieve noot: een oprechte waarschuwing aan de nieuwe regeringen. Zij moeten oog hebben voor sociale kwesties, de ongelijkheid aanpakken werk maken van het bestrijden van sociale fraude. De vraag is of zulks mogelijk is met regeringen die vanuit een fundamenteel asociale ideologische overtuiging een fors besparingsprogramma willen uitvoeren. Dat Pironet daarbij ook figuren zoals Bernard Arnauld, die nauwelijks belastingen betalen op hun monsterwinsten met naam en toenaam durft noemen, pleit ondanks zijn eerdere misser dan weer wel voor zijn gevoel voor inzicht en nuance. Kijk, u merkt het, als het goed is, zeggen we het ook. ;-)

vrijdag 11 juli 2014

OPEN BRIEF AAN DE VRT-NIEUWSREDACTIE: NODIG EENS EEN WERKLOZE UIT (JE HOEF NIET TE WACHTEN TOT KERST!)

Aantal woorden: 929 / geschatte leestijd: 5 min

Beste Björn Soenens,

In uw hoedanigheid als hoofdredacteur van Het Journaal op de VRT ben ik zo vrij mij rechtstreeks tot u te richten. Verschoning indien daarbij zou blijken dat ik me niet tot de juiste persoon zou adresseren: het is mij helaas niet gelukt online een organisatieschema te vinden waarop de structuur van de VRT-nieuwsdienst zich aan het publiek openbaart. Zo'n organigram publiceren is misschien een goede tip ter bevordering van de transparantie van de openbare omroep? Maar nu naar de kern van de zaak:

Sinds het najaar van 2013, zeg maar ongeveer vanaf de aftrap naar de verkiezingscampagne voor 25 mei 2014, is het mij steeds meer beginnen opvallen dat er te pas en te onpas ondernemers op mijn tv-scherm verschijnen die in Terzake en andere duidingsprogramma’s hun zegje mogen komen doen over de waan van de dag der vaderlandse politiek. Ik kan mij daarbij niet van de indruk ontdoen dat dit vroeger anders was: toen had je gewoon nog voorzitters of woordvoerders uit organisaties van het maatschappelijk middenveld die gewoon hun werk deden en dus de standpunten van hun achterban kwamen vertolken. Zo geraakten wij als kijkers langzaam vertrouwd met de gezichten van Karel van Eetvelt of Rudy De Leeuw. Gezien de functie die dat soort mensen binnen hun organisatie bekleden, lijkt mij hun aanwezigheid perfect legitiem en is het, net zoals dat bij andere belangengroepen en politici het geval is, de democratische taak van de media om deze mensen een forum te bieden in het maatschappelijk debat.

Maar die veelvuldige aanwezigheid van ondernemers in duidingsprogramma's is toch een opvallende nieuwigheid. Zo wordt tegenwoordig niet alleen een sympathiek heerschap als Wouter Torfs veelvuldig uitgenodigd om zijn opinie te komen verduidelijken over de binnenlandse sociaaleconomische politiek, – het grapje over de schoenmaker en zijn leest heeft ondertussen een flinke baard – maar zag ik zelfs al ondernemers opduiken in de rol van correspondent wanneer zij bijvoorbeeld vanuit Caïro of Israël de internationale politiek (en dan vooral de gevolgen die deze voor hun zakelijke activiteiten heeft) mochten komen toelichten.

Wat de kweek van nieuw zelfbewustzijn betreft, werpt het nieuwe platform wat jullie aan de ondernemers bieden blijkbaar stilaan haar vruchten af: uit een recente rondvraag door UNIZO bleek immers dat de helft van de bevraagde ondernemers stampvoetend staat te dreigen met het feit dat ze nieuwe investeringen zullen uitstellen of zelfs hun productieactiviteiten gaan delokaliseren indien zij hun zinnetje niet krijgen en er niet snel een lekker rechtse regering komt.

Bij jullie eigen rol als nieuwsredactie krijg ik bij dit alles toch de indruk dat de balans op de lijn tussen tussen democratie en meritocratie hier een klein beetje zoek is. Zelfs al zou de VRT-nieuwsredactie kritiekloos volharden in een meritocratische visie (wat ik niet geloof), dan nog kan men debatteren over welke merites je al dan niet toelating geven om heel even die praatstok in de Terzake-studio vast te mogen houden en over wie dat dan eigenlijk bepaalt. Heeft een CEO die 600 werknemers tewerkstelt automatisch meer recht van spreken dan een verpleger die elke dag twintig achterwerken van bejaarden schoonveegt? Het lijkt me minstens een pertinente vraag. 

Daartegenover staat natuurlijk het pure democratische principe van één man één stem. Verdient de vertegenwoordiging van 'de stem des volks' op tv stilaan geen beter format dan die overbodige, inhoudsloze en in het ergste geval soms ronduit denigrerende vox pop-straatinterviews uit de journaals? Indien het antwoord hierop ja is, mogen dan volgens zo'n zuiver democratisch principe naast Wouter Torfs ook de vishandelaar, de onderwijzer, iemand van de gemeentelijke groendienst, de dokter, de student, de gepensioneerde, het schoolkind, de huisvrouw, de gevangene ja zélfs de werkloze eens aan het woord komen om hun duit in het zakje te doen over de laatste ontwikkelingen in de regeringsformatie?

Ik heb een voorstel om jullie te helpen om die balans tussen meritocratische en democratische principes enigszins terug in evenwicht te krijgen. Als gevolg van de politieke constellatie die ons land sinds enkele jaren kent, krijgt de werkloze medemens het de laatste tijd soms hard te verduren. Hoog tijd dus om hem eens naar de tv-studio te halen. Men heeft het immers niet enkel op zijn uitkering gemunt, tegenwoordig is één kleine onoplettendheid al voldoende om als minderwaardige mens te worden gebrandmerkt. Ik spreek hier uit ervaring. Omdat ik kost wat kost op latere leeftijd mijn academisch bachelordiploma wilde halen, werd ik door de RVA als 'werkonwillige' geschorst. Wanneer ik ettelijke examens en een bachelorscriptie later er toch in lukte om af te studeren als Bachelor of Arts in de Geschiedenis, leek mijn ramkoers met de RVA gelukkig een gerechtvaardigde keuze.

Maar wat belangrijker is: door drie jaar te mogen dollen in de academisch speeltuin van die geschiedenisopleiding durf ik zeggen dat ik ondertussen een bescheiden maar interessante kijk heb verworven over hoe de wereld in elkaar zit. Ik durf daarbij beweren dat mijn eigen ideeën over de huidige regeringsformatie, de voorbije (en toekomstige?) economische, ecologische en energiecrisissen of de vraag waar het met ons kleine landje, ons continent en onze mooie wereld (wel en niet) naartoe zou moeten, gerust naast die van Wouter Torfs kunnen standhouden.

Het is daarom dat ik mij vol overtuiging kandidaat stel om vanuit mijn 'minderwaardige' maatschappelijke positie commentaar te komen geven in jullie duidingsprogramma's zodat u 'het ook eens van een werkloze hoort'. Vol enthousiasme en passie wil ik die taak met alle plezier ter harte nemen. Ik ben verder gedreven, flexibel en bovendien ook nog onmiddellijk beschikbaar met rijbewijs B!

Kortom: kies ook in ons medialandschap eindelijk eens écht voor die lang aangekondigde verandering en nodig eens een werkloze uit! Zeker doen. ;-)

Met vriendelijke groet,

Sebastiaan Bouckaert






zaterdag 1 maart 2014

DE SOCIALE (ON)ZEKERHEID

Aantal woorden: 1123 / geschatte leestijd: 5 min

Geldtransfers: een relatief begrip


Volgens Jan Blommaert mag de Vlaamse onderstroom dan al een mythe zijn, feit is dat je niet lang op publieksfora van Facebook of Het Laatste Nieuws moet rondhangen om een flinke verzameling zuur geklaag over de fameuze geldtransfers van Noord naar Zuid-België onder ogen te krijgen. Ondanks de nieuwe fiancieringswet blijft het thema van de geldtransfers dus een populair (en populistisch) topic aan de virtuele toogkast.

Zolang België blijft bestaan – wat vooralsnog het geval blijkt – zullen er transfers zijn. Wat echter opvalt, is het feit dat dit onderwerp in de Vlaamse media zeer selectief belicht wordt. Sinds Bart De Wever in 2005 met een bestelwagentje vol nepgeld naar Strépy reed om zichzelf vanaf dan voor de eeuwigheid in het middelpunt van de politieke belangstelling te katapulteren, worden in onze media enkel nog de geldstromen van noord naar zuid in de schijnwerpers geplaatst. Het hoeft geen betoog dat een dergelijke selectiviteit voor de wereld van politiek en media een lucratieve strategie is. De opeenvolgende verkiezingsresultaten sinds 2010 liegen er niet om.

Wie zich echter iets dieper in de materie van de Belgische sociale zekerheid verdiept, komt al snel tot de vaststelling dat transfers inherent zijn aan de architectuur van het hele systeem. Onze sociale zekerheid is gebaseerd op interpersoonlijke en intergenerationele solidariteit. Van zodra er een geografische spreiding is van bepaalde risicogroepen onder de (verplichte) verzekerden, ontstaan er tussen regio’s communicerende vaten. Sommige regio's zijn nu eenmaal armer dan andere. De bevolking in de kern van grote steden is bijvoorbeeld jonger dan die in de stadsrand of op het platteland maar daarom niet noodzakelijk rijker. In realiteit bestaat er dus een complex netwerk van grote en kleine geldstromen in diverse richtingen en niet enkel van Vlaanderen naar Wallonië. Rijke Vlamingen uit de Antwerpse stadsrand zijn evengoed solidair met arme boeren in West-Vlaanderen omdat die door de transformatie van de landbouwsector meer nood hebben aan het gewaarborgd inkomen voor ouderen (IGO) dan hun gepensioneerde collega's in aanpalende provincies. Helaas worden dit soort nuances vrijwel nooit in kaart gebracht in de Vlaamse media.
Verschillende risico's, verschillende regio's (van linksboven tot rechtsonder): 1) activering werkloosheid RVA, 2) gewaarborgd inkomen voor ouderen (IGO), 3) beroepsziekten, 4) loopbaanonderbreking

 

Mini-Europe, maxi-Belgium.


Ook op grotere schaal ziet men eenzelfde meervoudige dynamiek: zo zijn er interne transfers binnen Europese lidstaten (denk aan Duitsland) en externe transfers tussen Europese lidstaten onderling.

Sinds de financiële crisis in 2008 komen in heel Europa regionalisten, separatisten en onafhankelijkheidsbewegingen sterk opzetten. Bij ons, maar ook elders, hanteert men steeds dezelfde selectieve kijk op transfers en heeft men daarbij de neiging om de werking van Europese Unie en haar instellingen in vraag te stellen. Hiermee beland je op een hellend vlak waarbij niet enkel de bestaande nationale sociale verworvenheden van de laatste 50 jaar in vraag worden gesteld, maar waarbij men snel afglijdt naar weinig onderbouwd euroscepticisme

Geteisterd door een economische en politieke crisis heeft dit continent het al lastig genoeg om zich economisch overeind te houden. Met bovendien de linkse partijen overal in het defensief, rest er de zware taak om een broodnodig Europees sociaal beleid uit te bouwen. Euroscepicisme lijkt dus een weinig realistische optie.

 

Splitsingsdrang


Onder invloed van de laatste staatshervormingen is er in eigen land sinds enkele decennia vanuit het Vlaamse politieke niveau een draagvlak ontstaan om steeds meer federale bevoegdheden naar de regio's over te hevelen. Niet zelden spelen daarbij eerder symbolische motieven dan pragmatische argumenten. De mate van autonomie die de Vlaamse deelstaat krijgt, is belangrijker dan op welk beleidsniveau de bevoegdheid in kwestie praktisch het beste werkt. Die splitsingsdrang en het grote succes van de N-VA zorgen er voor dat het voor iemand die zich niet meteen door nationalistische gevoelens laat meeslepen steeds moeilijker wordt om oprecht te blijven geloven dat bij dit alles het subsidiariteitsprincipe rationeel wordt toegepast (waarmee ik hier naar de algemene betekenis verwijs: hogere instanties moeten geen bevoegdheden behouden die beter door lagere instanties kunnen worden beheerd en andersom).

Het vergt dus steeds meer creativiteit om in dat hedendaags centennationalisme rationele argumenten te ontwaren. Maar naast dit economisch nationalisme is er ook nog zoiets als het goede oude kaakslagnationalisme. Volgens deze traditie laat men zich eerder door emotionaliteit dan door rede sturen. Statistieken en cijfers over geldtransfers zijn dan niet langer relevant.

 

Crouching tiger, hidden agenda?


Maar in alle ernst: de overweging om de huidige Belgische sociale zekerheid te splitsen op de politieke agenda te plaatsen, is spelen met vuur. Niemand kan voorspellen wat de sociale gevolgen hiervan zouden zijn. Los van het feit dat noch politici noch academici enig idee hebben hoe je zoiets technisch moet aanpakken, is het nauwelijks te bevatten dat een klasse van politici (en haar kiezers) bereid zouden zijn alle naoorlogse sociale verworvenheden op de helling te zetten in ruil voor een symbolische daad die enkel is ingegeven door economisch-nationalistische sentimenten. In aanloop naar de verkiezingen van 25 mei wordt het dan ook steeds duidelijker dat de V's van Verandering voor Vooruitgang ook staan voor Verborgen donkerblauw-liberale economische Verlangens. Een verborgen politieke agenda die geen heil meer ziet in de (dure) Belgische sociale zekerheid zoals we die vandaag kennen.

Dat je het complexe en historisch moeizaam gegroeide Belgische sociale zekerheidsmodel niet zomaar kan uitgommen en pardoes kan implementeren in een (onafhankelijke of confederale) Vlaamse staat, is iets wat verstandige politici en ook veel academici uiteraard maar al te goed beseffen. Waarom horen wij hun stem dan niet luider in dit debat?

Over de totale opsplitsing van de sociale zekerheid heeft N-VA zich lang in mist gehuld. Sinds het partijcongres op 1 en 2 februari is het echter duidelijk dat de partij een radicale voorstander is van de overheveling van alle bevoegdheden van de sociale zekerheid naar de deelstaten. Dit standpunt wordt nu weliswaar in de congresteksten over het confederalisme duidelijk vermeld, maar over hoe zo'n splitsing dan concreet gerealiseerd moet worden, bestaat vooralsnog geen duidelijkheid. Iets meer dan een jaar geleden deed erevoorzitter van de Vlaamse volksbeweging Peter De Roover – ondertussen zelf op de Antwerpse Kamerlijst van de N-VA – een oproep om niets minder dan een universitaire taskforce op te richten om de splitsing van België te becijferen. Wie zo'n uitgewerkte blauwdruk voor zo'n gesplitste sociale zekerheid op tafel kan leggen, mag er zeker van zijn dat hem naast een grote prijzenpot ook een eervolle plaatss staat te wachten in de annalen van de Nieuw-Vlaamse geschiedschrijving. Maar, vooralsnog bleef het stil aan de overkant...

Ach, misschien moeten we in navolging van Nederland eerst gewoon maar eens werk maken van de becijfering van alle verkiezingsprogramma's waaronder dus niet enkel dat van N-VA.

Meer over NV-A's standpunt inzake de regionalisering van de sociale zekerheid vindt u in deze congrestekst op pagina 14

Voor wie zich nog verder in de materie wil verdiepen kan ik van harte het boek "De architectuur van de welvaartstaat opnieuw bekeken" (Deleeck/Cantillon, Acco, 2009) aanraden.

vrijdag 25 oktober 2013

LE JAMBON, LE CHIEN ET LES PUCES...

aantal woorden: 586 / geschatte leestijd: 3m

"Wie bij den hond slaapt, krijgt zijn vlooien"


Kent u die uitdrukking? Eergisteren kwam Jan Jambon op vervelende wijze in het nieuws: de N-SA - nee, deze keer eens niet de Amerikaanse afluisterdienst, maar een nogal schimmige extreemrechtse politieke organisatie onder leiding van ene mijnheer Eddy Hermy - publiceerde een foto waarop te zien is hoe Jambon een toespraak staat te houden op een bijeenkomst van het Sint-Maartensfonds, een v.z.w. van de 'Vlaamse Oostfrontersgemeenschap'. De dag nadien werd Peter De Roover, erevoorzitter van de Vlaamse Volksbeweging blijkbaar belast met de opdracht dit brandje in de media te blussen. "Het is niet omdat je naar iemand luistert, dat je het er daarom eens mee bent", zo suste De Roover wanneer hij het over de whereabouts van Jambon had. Ik kan mij daarbij niet van de gedachte ontdoen dat dit argument eerder op de ex-Oostfronters dan op Jambon zelf slaat, gezien die laatste toch duidelijk niet degene is die staat te luisteren, oordelend op de foto. 


Het verdriet van België


Het is tegenwoordig bijna bon ton om 'een beetje' revisionist te zijn. Hoe meer de Tweede Wereldoorlog zich uit ons collectief geheugen verwijdert, hoe meer het aanvaard wordt om te doen alsof er nooit een verband heeft bestaan tussen de Vlaamse beweging en Duitsland en haar respectievelijke politieke regimes. Sta mij toe (jonge?) lezer, om u er hier even fijntjes aan te herinneren dat er wel degelijk een verband was. 


Tijdens de jaren 1920 waren de conclusies die men uit de Flamenpolitik van de Duitsers ten tijde van de Eerste Wereldoorlog kon trekken blijkbaar niet voldoende om te vermijden dat de Vlaamse beweging zich in de jaren 1930 en in de loop van de Tweede Wereldoorlog opnieuw als een ezel aan dezelfde steen zou stoten. 


Maar wat meer is: in de naoorlogse jaren 1950 en 1960 is er vanuit Vlaamsnationale hoek nooit één officiële verklaring gevolgd waarbij formeel afstand werd gedaan van het fascistische gedachtegoed. Nooit kwam er een ondubbelzinnige mededeling uit die hoek die zei: "Ok, er waren de omstandigheden, maar de politieke collaborateurs uit onze Vlaamsgezinde rangen hebben onmiskenbaar ernstige fouten gemaakt en daar betuigen wij onze spijt voor". Zo een collectieve verontschuldiging had op haar beurt en op termijn de weg zeker geopend naar amnestie, die er in tegenstelling tot in onze buurlanden bij ons bijgevolg nooit is gekomen. 


Zachte heelmeesters...


En dat laatste feit is evengoed een probleem, want het zorgt er voor dat de emoties hierover tot op de dag van vandaag nog steeds hoog oplopen. De geschiedenis toont echter dat iedereen vanuit een slachtofferrol helaas liever in zijn eigen grote gelijk bleef zitten: "het was toch onze schuld niet, mijnheer". Elke Vlaamse familie heeft zo wel een 'bompa' of 'nonkel' waarover met het liever niet heeft aan de feesttafel.

Maar zoals men uit talrijke verzoeningsprocessen in andere landen kan leren - denk hierbij aan Zuid-Afrika, of Rwanda - is verantwoordelijkheid echter steeds een gedeelde zaak. Het hierboven beschreven aspect van het oorlogstrauma is in België nooit verwerkt geraakt. Het zorgt er voor dat er tot op vandaag nog steeds regelmatig bij "den hond" wordt geslapen en "de vlooien" krijg je er dan gratis bij. Maar ook daar mag je anno 2013 best niet te veel meer over zeggen want "don't mention the war" en "de wet van Godwin", weet u wel? 

Maar hoe wil je nu dat oude wonden niet langer stinken, als ze nooit fatsoenlijk gereinigd zijn geweest?