zaterdag 1 maart 2014

DE SOCIALE (ON)ZEKERHEID

Aantal woorden: 1123 / geschatte leestijd: 5 min

Geldtransfers: een relatief begrip


Volgens Jan Blommaert mag de Vlaamse onderstroom dan al een mythe zijn, feit is dat je niet lang op publieksfora van Facebook of Het Laatste Nieuws moet rondhangen om een flinke verzameling zuur geklaag over de fameuze geldtransfers van Noord naar Zuid-België onder ogen te krijgen. Ondanks de nieuwe fiancieringswet blijft het thema van de geldtransfers dus een populair (en populistisch) topic aan de virtuele toogkast.

Zolang België blijft bestaan – wat vooralsnog het geval blijkt – zullen er transfers zijn. Wat echter opvalt, is het feit dat dit onderwerp in de Vlaamse media zeer selectief belicht wordt. Sinds Bart De Wever in 2005 met een bestelwagentje vol nepgeld naar Strépy reed om zichzelf vanaf dan voor de eeuwigheid in het middelpunt van de politieke belangstelling te katapulteren, worden in onze media enkel nog de geldstromen van noord naar zuid in de schijnwerpers geplaatst. Het hoeft geen betoog dat een dergelijke selectiviteit voor de wereld van politiek en media een lucratieve strategie is. De opeenvolgende verkiezingsresultaten sinds 2010 liegen er niet om.

Wie zich echter iets dieper in de materie van de Belgische sociale zekerheid verdiept, komt al snel tot de vaststelling dat transfers inherent zijn aan de architectuur van het hele systeem. Onze sociale zekerheid is gebaseerd op interpersoonlijke en intergenerationele solidariteit. Van zodra er een geografische spreiding is van bepaalde risicogroepen onder de (verplichte) verzekerden, ontstaan er tussen regio’s communicerende vaten. Sommige regio's zijn nu eenmaal armer dan andere. De bevolking in de kern van grote steden is bijvoorbeeld jonger dan die in de stadsrand of op het platteland maar daarom niet noodzakelijk rijker. In realiteit bestaat er dus een complex netwerk van grote en kleine geldstromen in diverse richtingen en niet enkel van Vlaanderen naar Wallonië. Rijke Vlamingen uit de Antwerpse stadsrand zijn evengoed solidair met arme boeren in West-Vlaanderen omdat die door de transformatie van de landbouwsector meer nood hebben aan het gewaarborgd inkomen voor ouderen (IGO) dan hun gepensioneerde collega's in aanpalende provincies. Helaas worden dit soort nuances vrijwel nooit in kaart gebracht in de Vlaamse media.
Verschillende risico's, verschillende regio's (van linksboven tot rechtsonder): 1) activering werkloosheid RVA, 2) gewaarborgd inkomen voor ouderen (IGO), 3) beroepsziekten, 4) loopbaanonderbreking

 

Mini-Europe, maxi-Belgium.


Ook op grotere schaal ziet men eenzelfde meervoudige dynamiek: zo zijn er interne transfers binnen Europese lidstaten (denk aan Duitsland) en externe transfers tussen Europese lidstaten onderling.

Sinds de financiële crisis in 2008 komen in heel Europa regionalisten, separatisten en onafhankelijkheidsbewegingen sterk opzetten. Bij ons, maar ook elders, hanteert men steeds dezelfde selectieve kijk op transfers en heeft men daarbij de neiging om de werking van Europese Unie en haar instellingen in vraag te stellen. Hiermee beland je op een hellend vlak waarbij niet enkel de bestaande nationale sociale verworvenheden van de laatste 50 jaar in vraag worden gesteld, maar waarbij men snel afglijdt naar weinig onderbouwd euroscepticisme

Geteisterd door een economische en politieke crisis heeft dit continent het al lastig genoeg om zich economisch overeind te houden. Met bovendien de linkse partijen overal in het defensief, rest er de zware taak om een broodnodig Europees sociaal beleid uit te bouwen. Euroscepicisme lijkt dus een weinig realistische optie.

 

Splitsingsdrang


Onder invloed van de laatste staatshervormingen is er in eigen land sinds enkele decennia vanuit het Vlaamse politieke niveau een draagvlak ontstaan om steeds meer federale bevoegdheden naar de regio's over te hevelen. Niet zelden spelen daarbij eerder symbolische motieven dan pragmatische argumenten. De mate van autonomie die de Vlaamse deelstaat krijgt, is belangrijker dan op welk beleidsniveau de bevoegdheid in kwestie praktisch het beste werkt. Die splitsingsdrang en het grote succes van de N-VA zorgen er voor dat het voor iemand die zich niet meteen door nationalistische gevoelens laat meeslepen steeds moeilijker wordt om oprecht te blijven geloven dat bij dit alles het subsidiariteitsprincipe rationeel wordt toegepast (waarmee ik hier naar de algemene betekenis verwijs: hogere instanties moeten geen bevoegdheden behouden die beter door lagere instanties kunnen worden beheerd en andersom).

Het vergt dus steeds meer creativiteit om in dat hedendaags centennationalisme rationele argumenten te ontwaren. Maar naast dit economisch nationalisme is er ook nog zoiets als het goede oude kaakslagnationalisme. Volgens deze traditie laat men zich eerder door emotionaliteit dan door rede sturen. Statistieken en cijfers over geldtransfers zijn dan niet langer relevant.

 

Crouching tiger, hidden agenda?


Maar in alle ernst: de overweging om de huidige Belgische sociale zekerheid te splitsen op de politieke agenda te plaatsen, is spelen met vuur. Niemand kan voorspellen wat de sociale gevolgen hiervan zouden zijn. Los van het feit dat noch politici noch academici enig idee hebben hoe je zoiets technisch moet aanpakken, is het nauwelijks te bevatten dat een klasse van politici (en haar kiezers) bereid zouden zijn alle naoorlogse sociale verworvenheden op de helling te zetten in ruil voor een symbolische daad die enkel is ingegeven door economisch-nationalistische sentimenten. In aanloop naar de verkiezingen van 25 mei wordt het dan ook steeds duidelijker dat de V's van Verandering voor Vooruitgang ook staan voor Verborgen donkerblauw-liberale economische Verlangens. Een verborgen politieke agenda die geen heil meer ziet in de (dure) Belgische sociale zekerheid zoals we die vandaag kennen.

Dat je het complexe en historisch moeizaam gegroeide Belgische sociale zekerheidsmodel niet zomaar kan uitgommen en pardoes kan implementeren in een (onafhankelijke of confederale) Vlaamse staat, is iets wat verstandige politici en ook veel academici uiteraard maar al te goed beseffen. Waarom horen wij hun stem dan niet luider in dit debat?

Over de totale opsplitsing van de sociale zekerheid heeft N-VA zich lang in mist gehuld. Sinds het partijcongres op 1 en 2 februari is het echter duidelijk dat de partij een radicale voorstander is van de overheveling van alle bevoegdheden van de sociale zekerheid naar de deelstaten. Dit standpunt wordt nu weliswaar in de congresteksten over het confederalisme duidelijk vermeld, maar over hoe zo'n splitsing dan concreet gerealiseerd moet worden, bestaat vooralsnog geen duidelijkheid. Iets meer dan een jaar geleden deed erevoorzitter van de Vlaamse volksbeweging Peter De Roover – ondertussen zelf op de Antwerpse Kamerlijst van de N-VA – een oproep om niets minder dan een universitaire taskforce op te richten om de splitsing van België te becijferen. Wie zo'n uitgewerkte blauwdruk voor zo'n gesplitste sociale zekerheid op tafel kan leggen, mag er zeker van zijn dat hem naast een grote prijzenpot ook een eervolle plaatss staat te wachten in de annalen van de Nieuw-Vlaamse geschiedschrijving. Maar, vooralsnog bleef het stil aan de overkant...

Ach, misschien moeten we in navolging van Nederland eerst gewoon maar eens werk maken van de becijfering van alle verkiezingsprogramma's waaronder dus niet enkel dat van N-VA.

Meer over NV-A's standpunt inzake de regionalisering van de sociale zekerheid vindt u in deze congrestekst op pagina 14

Voor wie zich nog verder in de materie wil verdiepen kan ik van harte het boek "De architectuur van de welvaartstaat opnieuw bekeken" (Deleeck/Cantillon, Acco, 2009) aanraden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten